Samenvattend verslag van het Ambtswoning gesprek over de Voedselagenda

– 28 mei 2013, 15.30-17.30 uur, Herengracht  502, Amsterdam 
-

Dinsdagmiddag  28 mei 2013 spraken vier wethouders en een gedeputeerde met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties over de voedselagenda die  Amsterdam gaat opstellen voor het komende decennium.

Wethouder Carolien Gehrels wees als  voorzitter op  het  economisch belang van de sector. Er is veel expertise op het  gebied van voedsel en de sector loopt voorop als het gaat om  innovatie en technologie.  De regio behoort mondiaal tot de top en dient daarom een voorbeeld te zijn en duurzaam en innovatief te werken.  De bijeenkomst biedt kansen om ambities aan elkaar te koppelen en samen een agenda te zetten.  Niet alleen op economisch gebied  maar ook op het gebied van gezondheid, landbouw en logistiek.

De aftrap werd gegeven door Alphons Kurstjes, directievoorzitter van de Rabobank, gevolgd door korte pitches van vijf sprekers die vanuit verschillende invalshoeken hun visie gaven op het belang van voedsel voor Amsterdam en Amsterdammers.

Alphons Kurstjens, directievoorzitter van  Rabobank Amsterdam, wees er op  dat Nederland op het gebied van de voedselvoorziening mondiaal excelleert en dat  Amsterdam hier een positie zou moeten innemen.  Een belangrijke kwetsbaarheid van het systeem is volgens hem de te grote afstand van producent naar consument. Hij pleitte daarom voor herstel  van de directe relatie tussen product(ie) en consument. Dit appèl werd een rode draad door de discussie. 
Hij gaf aan dat de complexiteit vraagt om een integrale aanpak  waarbij kan worden voortgebouwd op  de basisstructuur (‘grid’) die er al ligt. Er zijn veel aanknopingspunten waarop kan worden voortgebouwd.

Vervolgens gaven vijf deelnemers vanuit hun  perspectief een boodschap mee aan de vergadering. 
De perspectieven sloten aan bij de vijf thema’s  die voorlopig zijn benoemd voor de Voedselvisie: voedsel in de wijk, voedsel op school, voedsel als beroep, voedsel in de keten en voedsel en landbouw.

Fred Beekers, oprichter van Resto VanHarte. Resto VanHarte is een non-profitorganisatie die in 21 steden diners organiseert voor wijkbewoners met diverse etnische achtergronden.  De organisatie  richt zich ook op kinderen en er is sprake van een verbreding naar sporten en bewegen. De organisatie gaat uit van financiële zelfredzaamheid.  Drijvende kracht zijn de vrijwilligers in de keuken. Aan hen biedt Resto van harte kansen op weg naar een actieve rol in de samenleving. Er is nu in Noord een project gestart waarin wordt samengewerkt met de Voedselbank en schooltuinen. Een vestiging in Zuidoost wordt overwogen.

Margot Alting, directeur van Amsterdams Natuur- en milieueducatie centrum (Anmec). Het centrum ondersteunt 13 schooltuinlocaties waar jaarlijks 7000 kinderen les krijgen en ervaring opdoen met tuinieren en koken.  Zij ziet veel versnipperde initiatieven op het gebied van moestuinieren en voedseleducatie en pleit voor een programmatische aanpak, het verbinden  van de initiatieven en het stellen van een kwaliteitsnorm om het effect te verhogen. Het ANMEC wil hierin een regierol  spelen.

Albert Jan Krikke, directeur van het ROC Wellant College, is een jaar geleden gestart met de Food Academy. Met deze opleiding wil Wellant jongeren op jonge leeftijd verleiden in de richting van de voedselsector een loopbaan te ambiëren en de kloof tussen consument en de sector al vroeg te overbruggen.  Met de opleiding wil hij proberen heersende negatieve beelden van de sector bij te stellen.

Pieter Vroegop is directeur van Vroegop Windig een groothandelsbedrijf gevestigd op het Food Center in Amsterdam.  Het bedrijf zorgt voor verbindingen tussen stad en land door een fijnmazig distributiesysteem.  De vraag is leidend, maar mensen weten niet meer wat zij in hun mond stoppen. Ervaring leert hem dat veel scholieren van basisscholen een groot gebrek aan kennis hebben en dat  ouders het ook niet meer weten. Hij noemt als voorbeeld de kookinstructies van Albert Heijn op internet, maar wijst op de gebrekkige kennis van de gebruikers van de site. 
De opgave is de keten zo te organiseren dat  vers eten goed en efficiënt bij mensen komt die het nodig hebben. Hij ziet kansen: de keten is er en het Food Center is een centrum daarvoor.  Het Food Center moet daar in de toekomst dan wel ruimte voor maken.



Jacques Dekker, programmamanager bij  Agriboard, vertegenwoordigt een belangrijke landbouwcluster. Hij ziet mogelijkheden voor  strategische samenwerking tussen stad en regio voor verse producten. Agriboard richt zich voor de afzet van  producten van dichtbij vooral op zorginstellingen, die als grootgebruikers een belangrijke groep zijn. 
De heer Dekker wijst voorts op de gezonde apotheek die de landbouw om Amsterdam is.  Gezonde voeding werkt preventief. Er liggen in de regio kansen om relaties leggen te tussen voedsel  en de medische sector: “laat voeding uw medicijn zijn en uw medicijn uw voeding”.



Wethouder Freek Ossel gaf in zijn reactie aan dè Voedselvisie nog niet te presenteren, want die gaan we samen maken.  De wethouder geeft aan verbaasd te zijn over de energie die het thema Voedsel heeft weten los te maken in de stad. Hij wijst in dit verband op het “Public energy field’, de publieke aandacht voor Voedsel die door alle grenzen heengaat en gebundeld is in het moment en die actiegericht is.  Dit vraagt van de overheid een nieuwe manier van werken. Traditionele structuren en machten maken plaats voor netwerken en samenkomen.  Als overheid  gaat het er om hoe krachten worden gebundeld en versterkt in een blijvende storm. Dit wordt door alle aanwezigen ervaren en mag niet worden losgelaten.

Wethouder Freek Ossel  gaf een  duidelijke  richting mee. Voor hem zijn er drie bouwstenen, te weten:  ondernemerschap, bundeling van kennis en informatie en educatie.

Wethouder Freek Ossel  gaf een  duidelijke  richting mee. Voor hem zijn er drie bouwstenen, te weten:  ondernemerschap, bundeling van kennis en informatie en educatie. 
De vraag aan de aanwezigen is hoe ondernemerschap in de vorm van startende wijkondernemers en innoverende bedrijven het beste worden gefaciliteerd en hoe we elkaar kunnen versterken.  En hoe we ervoor kunnen zorgen dat er een wervend verhaal komt te liggen dat bedrijvigheid aanmoedigt en de sector laat groeien in de hele regio. 
De volgende vraag is wat een goede vorm is voor  de bundeling van kennis en wat nodig is voor een bruikbaar aanspreekpunt en of dat past in de ontwikkeling van het Food Center.
 Tenslotte stelt hij  de vraag hoe natuur- en milieu educatie verder gebracht kan worden, hoe het schooltuinwerk kan worden uitgebouwd en hoe kinderen leren over goed voedsel.
 Deze punten werden niet ter discussie gesteld en de indruk was dat de deelnemers zich goed deze accenten konden vinden.

In  de discussie daarna kwam onder meer het volgende  naar voren:
Erkend werd dat stad en regio beschikken over een goede basisstructuur.  Wilco Brouwer de Koning van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt  wees er op dat we doen al aan regionale landbouw, met name op gebied van zuivel  en seizoens producten.  Maar er is meer mogelijk. De heer Voormolen van Albron en Hans Ghijsels van de Land- en tuinbouworganisatie Noord constateren dat veel ondernemers op het platteland zijn gericht op de  mondiale markt en meer bij de stad en stadslandbouw zouden kunnen worden betrokken. 
Met regionale akkerbouw zijn meer regionale verbindingen te maken en op het gebied van vlees liggen nog kansen voor verkorting van de voedselketen.
Het idee van Jacques Dekker om grote instellingen in de stad te benaderen om bulk/massa  te creëren voor grootschalige leveranciers  in de landbouwgebieden om Amsterdam vond bijval. 
Grote instellingen zijn ook een goede doelgroep om verspilling tegen te gaan. Dit levert kostenbesparingen op die elders worden ingezet. De St. Maartenskliniek in Nijmegen is op dit gebied een goed voorbeeld.

Men onderstreepte vooral het belang van de financiële zelfredzaamheid van deze groep en de  betaalbaarheid van voedsel.

De deelnemers onderstreepten allen het belang om de onderkant van de samenleving te bereiken (armoede, obesitas) en pleitten voor voorlichting over prijzen en goed voedsel, maar zij herkenden ook de complexiteit van deze opgave: ‘mensen willen het niet weten’, ondanks alle kennis en informatie.
Men onderstreepte vooral het belang van de financiële zelfredzaamheid van deze groep en de  betaalbaarheid van voedsel.  Geconstateerd werd ook dat het plaatje van gezond voedsel niet aansluit bij mensen in armoede.
Liliane van Heteren van  Albert Heijn onderstreepte het belang van  betaalbaarheid. Maar Albert Heijn probeert bij haar klanten ook om respect voor voedsel terug te brengen. AGF in de bonus bleek een succes. Ymere en Ahold zouden samen kunnen optrekken om klanten te bereiken.  Ymere gaf aan graag te participeren. 
Wethouder Maarten van Poelgeest wees op het belang van het thema duurzaamheid, waarbij het met name gaat om het sluiten van ketens en het eten van minder vlees. 
Later in het gesprek komt de voorbeeldfunctie van de overheid ter sprake naar aanleiding van een opmerking  dat overheid moet uitdragen dat gezond eten normaal is.
Deelnemers beamen dat overheid het niet moet opleggen. Wanneer de overheid iets oplegt roept dat  vanzelf een tegenreactie op.  Wethouder Eric van der Burg stelt dat marketing cruciaal is en dat ook de invloed van rolmodellen een rol speelt .

Er bleek brede consensus te bestaan om de school als focuspunt  te nemen en regie te voeren  op verbreding schooltuinen in de wijk – met gebruikmaking van het netwerk.
ROC Wellant is een jaar geleden gestart met Foodacademy. Met deze opleiding  wil de food sector de kloof tussen sector en de consument overbruggen en jongeren vanaf twaalf jaar verleiden tot het starten van een carrière in de sector.

Alle deelnemers onderschreven de behoefte aan een Voedselvisie als richting gevend kader

Er is behoefte aan een aanspreekpunt voor de vele verspreid liggende initiatieven. 
Verandering komt tot stand door kleine initiatieven te starten. Gebruik kleine initiatieven om van te leren en deze te  verspreiden.
Alle deelnemers onderschreven de behoefte aan een Voedselvisie als richting gevend kader en paraplu voor initiatieven  en dat de visie  moet aangeven waar wij staan over tien jaar.
Sariel Taus, initiatiefnemer van Zuidermarkt, verwoordde veler opvatting  met zijn opmerking dat ‘er zonder burgers niets is te doen’ en  dat de overheid kan faciliteren, maar geen subsidies moet geven.
Er wordt gevraagd naar een tweede ontmoeting in het najaar  wat door wethouder Freek Ossel wordt toegezegd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s